Dit jaar is het dertig jaar geleden dat de eerste huizen werden gebouwd op Ypenburg. Het gebied was vroeger een vliegveld, maar is sinds 1997 veranderd in een woonwijk. Oorspronkelijk zouden er 12.000 huizen komen, uiteindelijk werden het er ongeveer 10.000. Nu wonen er zo’n 27.000 mensen. Alleen de oude verkeerstoren en ontvangsthal herinneren nog aan het vliegveld.
Vliegveld Ypenburg: van recreatie tot militair
Het gebied kreeg in 1936 een nieuwe functie: Vliegveld Ypenburg. Eerst werd het gebruikt voor recreatieve en civiele vluchten, later vooral door het leger, meldt Omroep West. Het stationsgebouw, het gebouw van de Nationale Luchtvaart School en de verkeerstoren staan er nog steeds. Daar is veel terug te vinden over de geschiedenis van het vliegveld.
Dramatische momenten tijdens de Tweede Wereldoorlog
Op 10 mei 1940 probeerden Duitse troepen het vliegveld te veroveren. Ze wilden de Nederlandse regering en koningin Wilhelmina gijzelen. De Nederlandse verdediging heroverde het vliegveld snel, één van de weinige militaire successen in de eerste dagen van de oorlog. In april 1945 werd Ypenburg gebruikt door de geallieerden om voedsel te droppen voor de hongerende bevolking.
Van militaire basis naar woonwijk
Na de oorlog was het vliegveld eerst weer civiel en recreatief in gebruik. Later werd het weer een militaire basis, vooral tijdens de Koude Oorlog. In 1992 verliet de luchtmacht het terrein definitief. Nederland had op dat moment ook veel nieuwe huizen nodig. Ypenburg werd daarom geschikt voor een Vinex-wijk.
Het ontstaan van Buitenplaats Ypenburg
Vanaf 1997 begon de bouw van Buitenplaats Ypenburg. Stedenbouwkundige Frits Palmboom ontwierp de wijk met brede lanen, waterpartijen, groene ruimtes en gevarieerde woningen. Het idee was een moderne en aantrekkelijke wijk te maken, met een open leefomgeving.
Ypenburg onderdeel van Den Haag
In 2002 werd Ypenburg samen met Leidschenveen officieel onderdeel van de gemeente Den Haag. Zo ontstond het stadsdeel Leidschenveen-Ypenburg. Voorheen hoorde het gebied nog bij Rijswijk, Pijnacker en Nootdorp.
