Het centraal eindexamen is officieel begonnen. Op het Sint-Maartenscollege in Voorburg gaf staatssecretaris Onderwijs en Emancipatie Judith Tielen vrijdag 8 mei het officiële startsein voor het centraal eindexamen Nederlands havo 2026. Voor examenkandidaten markeert het examen een belangrijk moment: de afronding van hun middelbareschooltijd en de start van een nieuwe fase richting vervolgopleiding of werk.
Onderwijs als fundament
Tijdens haar bezoek stond Tielen stil bij het belang van goed onderwijs. Dat sluit aan bij de landelijke onderwijsvisie, waarin onderwijs wordt gezien als basis voor een weerbare en welvarende samenleving. In de beleidsbrief Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2026-2030 stellen minister Letschert en staatssecretaris Tielen: “In de huidige tijd van spanningen in de wereld is een sterker fundament nodig. Daarom wil het kabinet investeren in kennis, (basis)vaardigheden, creativiteit en kritisch denken.”
Leerlingen over examendruk
Na de opening bezocht de staatssecretaris de examenzaal. Toen de enveloppen waren geopend en de havoleerlingen aan hun examen begonnen, sprak zij met leerlingen Isabelle Schröter, Julie Bongers, Juul Pel en Mare Halbersma. De leerlingen deelden hun ervaringen met examendruk. “Het wordt heel groot gemaakt en je wordt als leerling ook een beetje bang gemaakt”, gaven zij aan. Ook werd met een knipoog gekeken naar de moeilijkheidsgraad van het examen. Isabelle zei: “Ik ben ook wel benieuwd of onze ouders het examen nog zouden halen als ze het nu zouden moeten maken.”
Brede ontwikkeling centraal
Tijdens het bezoek sprak de school ook over de rol van onderwijs buiten toetsen en cijfers. Daarbij werd een duidelijke boodschap meegegeven aan de staatssecretaris. “Wat wij willen is dat leerlingen met zelfvertrouwen, zelfkennis en de nodige vaardigheden de wereld in stappen en niet alleen maar toewerken naar een spannend (schriftelijk) eindexamen.”
