Vader en zoon krijgen jaren cel voor drugshandel vanuit pizzaketens
Een Haagse vader en zoon zijn door de rechter veroordeeld tot lange celstraffen voor grootschalige drugshandel die zij volgens het Openbaar Ministerie verborgen hielden achter hun pizzaketen. Het gaat om Aziz A. (56) en Ayoub A. (30), die volgens de rechtbank betrokken waren bij de handel in cocaïne.
Drugshandel via horecazaken
De twee mannen stonden aan het roer van meerdere vestigingen van Fratelli-restaurants in onder meer Den Haag, Voorburg, Delft, Pijnacker en Leidschendam. Volgens het Openbaar Ministerie gebruikten zij deze locaties niet alleen voor horeca-activiteiten, maar ook als ontmoetingsplekken voor drugstransacties. De rechter stelt vast dat de verdachten zich schuldig maakten aan de handel in circa 20 kilo cocaïne. Uit onderschepte chatgesprekken en politieonderzoek blijkt dat zij afspraken maakten met drugscontacten bij hun restaurantvestigingen.
Bewijs uit chats en onderzoek
Uit het strafdossier komt naar voren dat vader en zoon intensief communiceerden over internationale drugstransporten, meldt het AD. Daarbij ging het onder meer over routes, havens en testzendingen, maar ook over de inzet van zogenoemde ‘schone’ bedrijvenstructuren. Ook kwamen gesprekken naar voren waarin werd gesproken over corrupte contacten binnen de douane. Volgens de rechtbank blijkt uit de context dat hiermee zogenoemde ‘strepen’ werden bedoeld.
Internationale dimensie
Het onderzoek laat zien dat de verdachte berichten werden gekoppeld aan concrete reis- en locatiegegevens. Zo bleek dat de vader regelmatig in het buitenland verbleef op momenten dat er in chats werd gesproken over drugszaken. De rechtbank concludeert dat er sprake was van zowel handel in cocaïne als voorbereidingshandelingen voor internationale drugssmokkel.
Lange celstraffen en hoge geldboete
De zoon kreeg een gevangenisstraf van zes jaar opgelegd. De vader moet zes en een half jaar de cel in, mede omdat hij volgens de rechtbank een langere periode betrokken was bij de handel. Daarnaast moeten de twee gezamenlijk 500.000 euro aan criminele winsten terugbetalen aan de staat. De rechter benadrukte dat de veroordeling gebaseerd is op overtuigend bewijs uit communicatie en politieonderzoek.