Ga naar inhoud
Terug naar overzicht
112

Rijswijker Jan krijgt na jaren alsnog strafzaak tegen verdachte van zware mishandeling

De 37-jarige David van M. moet alsnog worden vervolgd voor de zware mishandeling van de Rijswijker Jan Roosenburg tijdens de jaarwisseling van 2023 op 2024. Het Openbaar Ministerie besloot eerder om Van M. niet te vervolgen wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs, maar Jan en zijn familie legden zich daar niet bij neer. Via een zogenoemde artikel 12-procedure stapten zij naar het gerechtshof. Dat heeft de familie nu gelijk gegeven. “Het was heel emotioneel. Het rakelde alles weer op”, zegt Jan over het moment waarop hij de uitspraak ontving. “Ik ben al zo lang bezig. Ik heb zoveel berichten gestuurd naar de politie, de Rijksrecherche en noem maar op, maar overal ben ik weggestuurd.”

Ernstig en blijvend letsel
Jan liep bij de mishandeling onder meer twee gebroken oogkassen, een gebroken neus en kaak, een scheur in zijn schedel en blijvende hersenschade op. Volgens hem heeft het incident nog altijd grote gevolgen. “Ik heb sindsdien bijvoorbeeld een heel kort lontje”, vertelt Jan. “Als er wat mis gaat in een winkel ofzo, kan ik totaal ontploffen. Ik heb een kaartje in mijn zak waarop staat hoe dat komt.”

Mishandeling tijdens jaarwisseling
De mishandeling vond plaats nadat tijdens een nieuwjaarsfeestje auto’s met hoge snelheid door de straat reden. Een buurjongen wilde daar iets van zeggen, maar kwam niet terug. Familieleden gingen hem zoeken, waarna ook Jan naar buiten ging. Niet veel later werd Jan zwaargewond op straat aangetroffen. Ook zijn dochter raakte gewond.

Politieonderzoek verliep moeizaam
Het onderzoek naar de mishandeling werd bemoeilijkt doordat de politie op de plaats van het incident geen sporenonderzoek uitvoerde. Volgens de politie was sprake van een “zeer onoverzichtelijke en grimmige situatie” en lag de prioriteit bij het de-escaleren van de situatie. Ook kleding waarop mogelijk DNA van de dader zat, werd niet veiliggesteld. Daarnaast kon Jan pas negen dagen na de mishandeling aangifte doen, omdat hij in het ziekenhuis lag.

Verdachte ontkent
Van M. werd in januari 2024 eerst als getuige gehoord. Bij een verhoor in november van dat jaar werd hij als verdachte aangemerkt. Hij beriep zich aanvankelijk op zijn zwijgrecht en ontkende later dat hij Jan of zijn dochter had mishandeld. Het OM besloot vervolgens Van M. niet te vervolgen wegens onvoldoende bewijs. Jan en zijn familie startten daarop een artikel 12-procedure. Met zo’n procedure kunnen slachtoffers het gerechtshof vragen om een vervolging alsnog af te dwingen.

Hof ziet voldoende aanknopingspunten
Het gerechtshof vindt dat er voldoende aanwijzingen zijn voor een strafzaak. Daarbij noemt het hof onder meer Jans aangifte, zijn identificatie van Van M. kort na de feiten, de verklaring van zijn partner, een getuigenverklaring en de ernst van het opgelopen letsel. De advocaat van Van M., Joël de Gram, laat weten dat zijn cliënt had gehoopt op een andere uitspraak. “Hij heeft vanaf begin af aan ontkend en ziet de rechtszaak met vertrouwen tegemoet, hoewel hij het wel vervelend vindt.”

Rechtszaak volgt later
Slachtofferadvocaat Sébas Diekstra noemt de uitspraak belangrijk voor het vertrouwen van slachtoffers in de rechtsstaat. Volgens hem is het van belang dat een besluit van het OM om niet te vervolgen niet altijd het laatste woord hoeft te zijn. De strafzaak tegen Van M. zal waarschijnlijk nog enige tijd op zich laten wachten. Zijn advocaat wil naar verwachting aanvullend onderzoek laten uitvoeren.