Ga naar inhoud
Terug naar overzicht
Rijswijk

Raad van State geeft Rijswijkse horecaondernemer gelijk in zaak over vergunning

Een horecaondernemer uit Rijswijk heeft in hoger beroep gelijk gekregen in een conflict met de burgemeester over de verlenging van zijn exploitatievergunning. De Raad van State heeft woensdag 23 september geoordeeld dat de burgemeester de aanvraag niet op de gebruikte grond had mogen weigeren.

De ondernemer exploiteert sinds 2015 een eetcafé in Rijswijk. Zijn laatste exploitatievergunning liep tot maart 2024, waarna hij een verlenging aanvroeg. De burgemeester wees die aanvraag in december 2024 af omdat de exploitatie volgens de gemeente in strijd was met het omgevingsplan.

Bij meerdere controles zou zijn vastgesteld dat in de zaak waterpijpen werden aangeboden. Volgens de gemeente was daardoor feitelijk sprake van een shisha lounge. In het gemeentelijke Retail- en horecabeleid valt een shisha lounge onder categorie 3, de zogenoemde ‘zware horeca’. Op de betreffende locatie is alleen horeca uit categorie 1 en 2 toegestaan.

Rechtbank oordeelde anders
De ondernemer maakte bezwaar. De burgemeester hield de weigering in stand. Ook bij de rechtbank Den Haag kreeg de ondernemer aanvankelijk geen gelijk. De rechtbank oordeelde in augustus 2025 dat voldoende aannemelijk was dat de onderneming feitelijk als shisha lounge werd gebruikt in plaats van als eetcafé. De ondernemer ging daarop in hoger beroep bij de Raad van State.

Aanvraag voor eetcafé is bepalend
De uitspraak betekent niet dat de Raad van State heeft bepaald dat het aanbieden van waterpijpen in het eetcafé is toegestaan. De hoogste bestuursrechter heeft daar geen oordeel over gegeven. De kern van de uitspraak is dat de ondernemer een vergunning voor een eetcafé had aangevraagd. Omdat een eetcafé op deze locatie is toegestaan, kon de burgemeester die aanvraag niet vanwege het feitelijke gebruik als shisha lounge weigeren.

Volgens de Raad van State moest de burgemeester bij de beoordeling uitgaan van de aanvraag zoals die was ingediend. De burgemeester baseerde de weigering op het feitelijke gebruik van de zaak, waaronder het aanbieden van waterpijpen. Omdat de aanvraag betrekking had op een eetcafé en een eetcafé niet in strijd is met het omgevingsplan, mocht de vergunning niet op deze grond worden geweigerd.

Nieuw besluit nodig
De Raad van State heeft de eerdere uitspraak van de rechtbank vernietigd. Ook het besluit van de burgemeester van 5 juni 2025 is vernietigd. De burgemeester moet nu opnieuw beslissen op het bezwaar van de ondernemer en daarbij rekening houden met de uitspraak. Dit betekent niet automatisch dat de exploitatievergunning nu is verleend.

De gemeente moet daarnaast € 3.736 aan proceskosten en € 483 aan griffierecht aan de ondernemer vergoeden.