Ga naar inhoud
Terug naar overzicht
Pijnacker-Nootdorp

Geen uitzonderingen voor het afsteken van vuurwerk in Pijnacker-Nootdorp

De gemeente Pijnacker-Nootdorp kiest ervoor om geen uitzonderingen te maken wat betreft vuurwerk tijdens de jaarwisseling. 1 augustus gaat de ‘Wet veilige jaarwisseling’ in. Met deze wet is er een landelijk verbod op consumentenvuurwerk. Burgemeesters mogen onder voorwaarde een ontheffing verlenen aan lokale verenigingen en stichtingen voor het afsteken van vuurwerk. Burgemeester Björn Lugthart doet dit dus niet.

Veiligheid staat voorop 
Er is een zogenoemd 0-beleid komende jaarwisseling in Pijnacker-Nootdorp. Volgens de gemeente heeft de burgemeester verschillende belangen afgewogen, maar hij kwam tot de conclusie dat het niet verantwoord is om gebruik te maken van de ontheffing. Ook legt de gemeente uit dat politie, brandweer, ambulance en andere hulpdiensten onder grote druk staan. Door een 0-beleid in te stellen, wordt deze druk minder groot.

Feest voor iedereen: ook voor hulpverleners
De burgemeester vindt het belangrijk om inwoners, verenigingen en andere betrokkenen ruim vóór de jaarwisseling duidelijkheid te geven. Zo weten organisaties waar zij aan toe zijn en worden geen voorbereidingen getroffen voor aanvragen die uiteindelijk niet kunnen worden toegewezen: “Een veilige jaarwisseling is belangrijk voor iedereen: voor inwoners die feest willen vieren, maar ook voor politie, brandweer en andere hulpdiensten die die nacht klaarstaan voor onze veiligheid. Ik begrijp dat sommige verenigingen teleurgesteld zijn dat we dit jaar geen gebruikmaken van de ontheffingsmogelijkheid. Tegelijkertijd vind ik het mijn verantwoordelijkheid om bij de eerste jaarwisseling onder de nieuwe wet te kiezen voor een aanpak die uitvoerbaar, handhaafbaar en vooral veilig is. Volgend jaar maken we, op basis van de opgedane ervaringen, opnieuw een afweging.”

Geen vast besluit
Het besluit geldt alleen voor de jaarwisseling 2026-2027. De volgende jaarwisselingen worden elk jaar opnieuw bekeken. Daarbij worden de ervaringen met de nieuwe wet, de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid en eventuele wijzigingen in de landelijke regelgeving betrokken.