Rijswijkers ontdekken onderzoek achter de deuren van het apencentrum
Het is zaterdag druk bij het Biomedical Primate Research Centre (BPRC) aan de Lange Kleiweg. Tijdens het Weekend van de Wetenschap krijgen bezoekers de mogelijkheid om binnen te kijken bij het onderzoekscentrum en zelf aan de slag te gaan met verschillende proeven en opdrachten. Dat er veel kinderen aanwezig zijn, heeft een goede reden. Zij mogen zelf aan de slag als laborant. Zo kunnen ze een nagebootste bloedafname uitvoeren, leren pipetteren en met een microscoop werken. Ook ontdekken ze hoe onderzoekers ziekten bestuderen en hoe het gedrag en welzijn van apen wordt onderzocht.
Zieke mensen beter maken
“We doen voor de tweede keer mee aan het Weekend van de Wetenschap en laten zien wat voor onderzoek hier gebeurt. Wij doen onderzoek naar ziekten van mensen. Met onze kennis kunnen medicijnen of therapieën worden ontwikkeld om mensen beter te maken of langer gezond te houden”, vertelt dr. Merel Langelaar, directeur van het onderzoekscentrum. Er wordt onderzoek gedaan naar verschillende infectieziekten, zoals malaria, corona en griep, maar ook naar ouderdomsziekten zoals Alzheimer en Parkinson. Ook apen spelen een rol in het onderzoek. “We fokken onze eigen apen en ongeveer tien procent doet mee aan onderzoek. Als er bijvoorbeeld een vaccin is ontwikkeld, maar je nog niet weet of het echt werkt en beschermt, kan een aap het vaccin toegediend krijgen. Wordt het dier vervolgens niet ziek en zijn er beschermende afweerstoffen in het bloed aanwezig, dan weten we dat het vaccin bescherming biedt. Daarna kan het vaccin verder worden gebruikt voor mensen.”
Zelf aan de slag
De belangstelling voor de open dag is groot. Er was ruimte voor 150 inschrijvingen, maar die waren snel gevuld. De bezoekers worden verdeeld over kleine groepen, zodat er volop gelegenheid is om zelf iets te doen. In het laboratorium staan kleine buisjes en verschillende soorten apparatuur klaar. De kinderen luisteren aandachtig naar de uitleg en krijgen vervolgens zelf een pipet in handen. Met een kleine, precieze beweging verdwijnt een minuscuul druppeltje vloeistof in een buisje. Bij de microscoop wordt het stil. Eén voor één buigen de kinderen zich voorover en ontdekken ze een wereld die met het blote oog niet te zien is. Daarna is er uitleg over echo’s en scans en over de manier waarop dierenartsen en onderzoekers daarmee de gezondheid van dieren kunnen beoordelen. De vragen komen vanzelf: Hoe werkt zo’n onderzoek? Wat kun je zien? En wat levert het uiteindelijk op?
Op korte afstand van de apen
Buiten gaat de groep richting de dierverblijven. De aandacht verschuift van machines naar de dieren. Achter de verblijven is beweging en af en toe is een aap te zien. De begeleider vertelt over gedrag en welzijn. Waar let je op om te zien of een dier zich goed voelt? En hoe zorg je voor voldoende afwisseling en uitdaging? Binnen volgen nog enkele opdrachten. Bezoekers proberen hersenen aan de juiste apensoort te koppelen en puzzelen over moeder en jong. Ook wordt een nagebootste bloedafname geoefend. Kinderen steken hun handen uit, terwijl volwassenen meekijken en vragen stellen. Sneller dan verwacht is de rondleiding voorbij. Vol indrukken keren ze huiswaarts.