Theo van den Bosch bedankt voor vijftig jaar vrijwilligerswerk
Theo van den Bosch heeft maandag 20 juli een Koninklijke onderscheiding ontvangen tijdens de Stompwijkse Paardendagen. Uit handen van locoburgemeester Bremer kreeg hij de onderscheiding en werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. De onderscheiding is een erkenning voor zijn jarenlange vrijwillige inzet voor Stompwijk. Locoburgemeester Bremer sprak tijdens de uitreiking zijn waardering uit voor de grote bijdrage van Van den Bosch aan het dorp. “De heer Van den Bosch is decennialang een vertrouwd gezicht achter de Stompwijkse Paardendagen. Met zijn inzet voor Stichting Harddraverij Nooit Gedacht heeft hij niet alleen een geliefde traditie helpen behouden, maar ook vele vrijwilligers en inwoners met elkaar verbonden. Dat doet hij op een bescheiden manier, maar met grote betekenis voor Stompwijk”, aldus Bremer.
Meer dan vijftig jaar vrijwilliger
Van den Bosch zet zich al ruim vijftig jaar in voor Stompwijk, vooral voor Stichting Harddraverij Nooit Gedacht. Al sinds zijn jeugd helpt hij mee met de organisatie van de Stompwijkse Paardendagen. In 1984 trad hij toe tot het bestuur en sinds 2010 vervult hij de rol van voorzitter. Als voorzitter is Van den Bosch een belangrijk aanspreekpunt voor inwoners, deelnemers en vrijwilligers. Mede dankzij zijn inzet groeide het evenement uit tot een jaarlijks dorpsfeest dat duizenden bezoekers trekt.
Inzet voor Stompwijkse gemeenschap
Onder zijn leiding werd de Stompwijkse kortebaan in 2014 als eerste opgenomen op de nationale lijst van immaterieel cultureel erfgoed. Daarmee kreeg de eeuwenoude traditie landelijke erkenning. Naast zijn werk voor de paardendagen is Van den Bosch ook actief bij Omni Sportvereniging Stompwijk ’92. Daar was hij onder meer jeugdleider, commissielid en betrokken bij verschillende bouw- en renovatieprojecten. Ook voor de Parochiekern H. Laurentius zet hij zich al jarenlang in. Hij helpt mee bij het behoud van de monumentale kerk en de bijbehorende gebouwen.
