Tijdens de gemeenteraad van 4 december kwamen er drie beleidsdocumenten aan bod die de koers van de gemeente de komende jaren mede bepalen: het Rekenkameronderzoek Verkeersveiligheid, de nieuwe Nota Financieel Beleid en de geactualiseerde Nota Reserves en Voorzieningen.
Rekenkameronderzoek verkeersveiligheid: opzet en uitvoering schieten tekort
Het Rekenkameronderzoek laat zien dat verkeersveiligheid in de gemeente structureel aandacht vraagt. De onderzoekers concluderen dat de inrichting van veel 30-km-wegen niet voldoende aansluit bij landelijke richtlijnen. Zo zijn sommige wegen te breed of te recht, ontbreken snelheidsremmende maatregelen en zijn kruispunten of oversteken niet altijd herkenbaar als onderdeel van een verblijfsgebied. Ook blijkt dat meldingen van bewoners, registraties van ongevallen en interne data niet centraal worden gebundeld, waardoor het lastig is om patronen te herkennen.
Daarnaast stelt de Rekenkamer vast dat de ambtelijke capaciteit beperkt is en dat structurele monitoring van maatregelen ontbreekt. Daardoor is niet altijd duidelijk welke interventies daadwerkelijk effect hebben. Het college geeft in de bestuurlijke reactie aan dat er al wordt gewerkt aan een uniforme analysemethode en een bredere actualisatie van de verkeerskundige werkwijze. Bestaande knelpunten, bijvoorbeeld in wijken waar meldingen zich herhalen, worden volgens het college meegenomen in lopende projecten en onderhoudswerkzaamheden.
In de raad bestond veel belangstelling voor de manier waarop risicolocaties worden geselecteerd en hoe meldingen van inwoners een rol krijgen in de prioritering. Er werden vragen gesteld over handhaving, over het gebruik van beschikbare risicotools en over de reden dat bepaalde data niet eerder met de Rekenkamer gedeeld waren. Het college gaf toelichting op de interne processen en benadrukte dat het rapport richting geeft aan verdere professionalisering van de aanpak. De raad zal in de besluitvormende vergadering bepalen welke aanbevelingen worden overgenomen.
Nota Financieel Beleid: duidelijker afspraken over risico’s en reserves
Een tweede belangrijk agendapunt was de Nota Financieel Beleid, die de regels vastlegt voor risicobeheersing, de inrichting van het weerstandsvermogen en het gebruik van reserves. De nota geeft richting aan de manier waarop de gemeente financiële afwegingen maakt, bijvoorbeeld bij investeringen, bij nieuwe beleidsinitiatieven en bij het opvangen van tegenvallers.
In de fase voorafgaand aan de vergadering stelden fracties vragen over de verhouding tussen de wettelijke BBV-regels en de lokale keuzes in de nota. Daarbij ging het onder meer over de manier waarop risico’s worden gewaardeerd, over het onderscheid tussen incidentele en structurele posten en over de toetsing van de weerstandsratio. Het college lichtte toe dat het document bedoeld is om de toepassing van financiële instrumenten te verduidelijken, zodat de raad meer grip heeft op de stabiliteit van de begroting.
Ook de rol van de raad kwam aan bod. Raadsleden vroegen hoe zij tijdig geïnformeerd blijven wanneer financiële risico’s veranderen. Het college gaf aan dat in de P&C-cyclus, zoals de voorjaarsnota en de begroting, de risico’s opnieuw worden beoordeeld en dat afwijkingen altijd expliciet aan de raad worden voorgelegd. De auditcommissie bracht een positief advies uit en benadrukte het belang van eenduidige financiële kaders.
Nota Reserves en Voorzieningen: actualisatie en toekomstig beheer
De Nota Reserves en Voorzieningen 2026–2029 beschrijft de manier waarop de gemeente spaargelden en financiële buffers beheert. In de stukken wordt uitgelegd aan welk doel elke reserve is gekoppeld, wanneer reserves mogen worden ingezet en hoe toekomstige financiële gevolgen inzichtelijk worden gemaakt.
Een belangrijk onderdeel van de nota is dat alle reserves bij de jaarrekening 2025 worden doorgelicht. Reserves die meerdere jaren geen mutatie hebben gehad, worden opnieuw beoordeeld om te bepalen of zij kunnen worden opgeheven of samengevoegd. Fracties vroegen daarbij naar de criteria voor vrijval en hoe wordt voorkomen dat middelen onnodig vast blijven staan. Het college lichtte toe dat elke wijziging in omvang of doel van een reserve via de raad gaat en dat toekomstige effecten zowel positief als negatief, vanaf de Kadernota 2027 zichtbaar worden gemaakt, zodat de raad tijdig kan anticiperen.
Ook werd gevraagd in hoeverre de gemeente reserves mag gebruiken om toekomstige investeringen voor te bereiden. Het college gaf daarbij aan dat sparen voor nieuwe investeringen binnen de BBV-regels alleen mogelijk is wanneer de reserve is gekoppeld aan een concreet raadsbesluit over een project of aan afschrijvingslasten. De auditcommissie onderstreepte dat deze werkwijze nodig is om het overzicht zuiver te houden.
Vervolgstappen
De drie beleidsdocumenten worden in de volgende besluitvormende vergadering opnieuw geagendeerd. Dan besluit de raad definitief over de opvolging van de aanbevelingen uit het Rekenkamerrapport en over de vaststelling van de financiële nota’s.
Voor meer informatie over deze vergadering en alle bijbehorende documenten kunnen inwoners terecht op Raadsinformatie Pijnacker-Nootdorp.
